ASTRALE VOORSCHOUW

Een overdracht van Br. Rudolf


Schepper van álle zielen, wij komen tot U, om in al Uw kracht en liefde één te zijn. Geef de mens die geboren wordt, inzage in z'n komende leven. Geef de mens die sterft, inzage in z'n volgend leven, of dat een astraal of een stoffelijk leven moge zijn is niet belang­rijk. Wanneer de mens immers kijkt in de toekomst, zal hij de spiegel van het leven tegenkomen en zichzelf kennen. Zo bidden wij. Amen.


Wanneer een kind geboren wordt, dan wordt het meest­al ­in liefde ontvan­gen. Het kind wordt gevoed, het wordt gekoesterd en er wordt veel waarde aan die geboorte, als erkenning van die geboorte, toegevoegd.

Het kind krijgt kadootjes, het krijgt aan­dacht en van heinde en verre komen men­sen naar dat kindeke kijken, zoals bij de geboorte van Christus Jezus mensen van heinde en verre naar het kribje kwamen om het kindeke Jezus te zien.

Deze geschiedenis herhaalt zich eigen­lijk, dag in dag uit, keer op keer, telkens wanneer kinderen geboren worden.


Het eigenaar­dige feit doet zich echter voor, dat weinig mensen zich afvragen: "Waar komt dit kind vandaan? Tot welke sfeer behoort die ziel? Hoeveel eerdere levens, hoe­veel eerdere incarnaties heeft dat kind gehad? Enz.." Weinig mensen staan daar bij stil. Bij de geboorte willen ze wel het liefst de hele toekomst van dat kind al vastleggen. Het is een jongen of een meiske, het is rijk of arm geboren. Het zal waarschijnlijk en meer dan dat, in de programmatie die de ouders over dat kind uitstorten, dié maat­schappelijke positie wel gaan invul­len. Het zal waarschijnlijk wel met zo'n soort - als men dat woord "soort" mag gebruiken - partner gaan samenle­ven en natuurlijk zal het zelf ook kinde­ren krijgen.


Men staat echter niet stil bij de leeftijd van de ziel, of die ziel nu 50, 100, 150.00­0, of zelfs 250.000 jaar oud is. En 250.000 jaar geleden was op Aarde het hele conti­nent van Atlantis, met z'n priesters en z'n hogepriesters bezig, om met levensvormen van andere planeten te communiceren en een nieuwe levensvorm op Aarde te integreren. Misschien.. is dat kindeke wat vandaag gebo­ren wordt wel deelgenoot geweest van die Atlantische periode. Maar men staat er niet of nauwe­lijks bij stil. Maar de kennis van de leeftijd van de ziel zou bij de opvoeding wel eens een belangrijke rol kunnen spelen.


Wanneer men dan door dat hele leven heen gaat en kijkt naar de laatste fase van het leven op Aarde, dan komt men bij de overgang, het moment dat de mens sterft op Aarde en op­nieuw geboren wordt in de Astrale wereld. Dan vragen men­sen zich wel af, veelvuldig en vaak en zeker spiritu­ele men­sen, maar ook anderen: "Waar gaat die ziel naar toe? Welke plaats in de hemel, of welke plaats in de sferen, heeft die ziel zich gedurende haar leven op Aarde bereid?" Dan vraagt men zich af: "Waar is die ziel?" En:"Kan ik als mens, als achterblij­ver, als nabe­staande op Aarde, contact krijgen met de overle­dene? Ben ik in staat om, voor­bij de drempel van het leven, voorbij de drempel van de dood te communiceren in gevoel of in gedachte?"


Dit laatste is wel degelijk mogelijk, maar u kunt zich afvragen, waarom een mens of een ziel dat wil? Als hij daar een bepaal­de reden voor heeft, zou hij ook moeten willen commu­ni­ceren met zielen vóór zij naar de Aarde gaan. Kijkend naar de hele Astrale wereld, naar dat Zomer­land, waarin de kindersfeer een belang­rijke rol speelt bij de geboor­te en waarin andere sferen een belangrijke rol spelen wat betreft geestelijke afstemming.


Maar ja, is het niet zo, dat u datgene wat u uitstraalt, ook weer aan­trekt? Dat de combinatie van uw partner en u mis­schien, er zorg voor hebben gedragen dat dat kindeke dezelfde ziele-afstemming heeft als u?


U wilt allemaal wanneer een kind of een partner sterft, dat contact behou­den. U wilt allemaal dat ze, zoals ik in bepaalde bewoordingen zei, in de hemel komen, of in de Astrale wereld in een bepaalde sfeer komen. Ik misgun het niemand, maar u gaat voorbij aan een belang­rijk element in dat wat ik geestelij­ke wetten noem.

Geestelijke wetten, de wet van oorzaak en gevolg, oftewel de grote astrale spiegel van het leven. Die krijgt u op Aarde gepresenteerd, maar die krijgt u ook en vooral ná het leven gepresen­teerd.


Stelt u zich voor, iemand heeft last van een bepaalde ziekte: reuma b.v. Dat is een pijnlijke ziekte. Of: Iemand heeft te maken gekregen op Aarde met een ongeluk, waardoor een gedeeltelij­ke amputatie heeft plaatsgehad: een stuk van een hand, of een stuk van een voet, of een been.

Een trauma­tische ervaring mis­schien op Aarde, maar dat valt allemaal weg, als de ziel ontstijgt uit het lichaam bij de over­gang. De lichamelij­ke pijn, de lichamelijke belem­mering, mis­schien zelfs de programma­tie in de opvoeding, dat valt allemaal weg. Wat er overblijft is de goddelijke kern, de ziel. Dát is wat u werkelijk bent.  

"Oh," zegt u: "Dan is er geen vuiltje aan de lucht, dan zal mijn partner, mijn kind of mijn goede vriend, wel dege­lijk een plaats in een hoge sfeer of in de hemel hebben." Misschien is dat zo, maar toch gaan veel mensen voorbij aan de karakterstructuur, de werkelijke karakterstructuur van mensen, want u neemt uzelf mee. Het li­chaam wordt als een jas uitgetrokken.


Wanneer u zich 's avonds uit­kleedt, in bad gaat of naar bed gaat, dan trekt u uw kleren uit, maar u verandert niet echt. U blijft wie u bent. Na de overgang is dat precies zo. Uw lichaam valt af. Maar u verandert niet echt. U neemt uzelf mee....


Was u een echte taboe-achtige persoonlijkheid, met taboes in het leven, verkrampingen die u niet of nauwe­lijks kon loslaten?

Dan zult u die verkrampingen, waar­schijnlijk en meer dan dat, in uw geest ook meenemen.

Was u iemand die een groot accepterend karakter had? Dan zult u dat grote acceptatievermogen meenemen.

U zult snel accepteren dat u dood bent, maar u zult even snel accepteren dat u opnieuw geboren bent in ons Zo­mer­land, in de Astrale wereld. U zult snel accepteren dat u terug kunt kijken, dat u kunt zien wat u goed gedaan hebt in uw karma, als ik dat woord mag gebruiken. U kunt ook zien wat u verkeerd ge­daan hebt.

U kunt vanuit de Astrale wereld zien waar in uw ogen misschien din­gen fout gebeurd zijn, of - en dat kan ook - dat ze hele­maal niet verkeerd ge­beurd zijn, omdat dat precies en exact de karmi­sche lijn was die u, als ziel, in uw dagelijks leven op Aarde, hebt willen neerleggen.

Dan valt de emotie weg, want het lichaam is weg en de emo­tie behoort tot de Aarde.


Maar was u echter op Aarde een echt emotioneel ie­mand, die met verregaande emoties te maken had, die maar niet over die overgang van die ander heen kon komen, die misschien is blijven stilstaan: Dan is die emo­tie niet alleen van het lichaam en van de Aarde, maar dan is die emotie een wezenlijk en waar­ach­tig onderdeel van de ziel die u bent en dat neemt u mee, dat verandert niet. Die emotie maakt u blind als een paard met oogklep­pen op, en vergeeft u mij deze uitdrukking, maar die maakt u blind als een paard met oogkleppen op, voor wat andere zielen aan u, in hun liefde, willen overdragen. Ze zijn er wel, maar u ziet ze niet.   


Vele Engelen, vele krachten van de Witte Broederschap, zullen naar u toekomen na de overgang en zij zullen u probe­ren te vertel­len dat u niet meer op Aarde leeft. Hebt u een accepterend karakter? Dan zult u dat snel begrijpen. Hield u zich op Aarde met spiritisme, het leven na de dood, of misschien zelfs met spiritualisme bezig?

Dan is de kans groot dat u het heel snel begrijpt. En wel zo snel dat u luttele seconden na de overgang naast uw li­chaam staat en naar dat lichaam kunt kijken en naar uw nabe­staanden kunt kijken met een heel warm en diep gevoel van liefde. Maar geen emotie!

Bent u emotioneel, dan kunt u meer dan waarschijnlijk de Aarde niet loslaten en kunt u ook uw nabestaanden niet loslaten. Dan zult u langdurig en ik her­haal nogmaals, lang­durig te slapen worden gelegd. U zult niet zelfstandig uit dat lichaam kunnen komen. U zult er als het ware uitge­trok­ken moe­ten wor­den. Dat is op zich niet zo trauma­tisch, dat ge­beurt dage­lijks bij honderden, duizen­den zielen die hun lichaam op Aarde verlaten. Maar toch.


Vele engelen van de Witte Broederschap zijn daarin ge­speciali­seerd. U wordt wegge­haald, weg van de emo­tie, weg van de huilende mensen, weg van de verdrietige men­sen. U wordt te slapen gelegd. In een soort coma-achtige situa­tie, zult u dagen, weken, maanden en in sommige geval­len jaren of zelfs meerdere jaren, te slapen worden ge­legd. Dan wordt u wakker gemaakt en wordt u nogmaals geconfronteerd met uw overgang. "Kijk, dat lichaam is er niet meer, u hebt het uitgetrokken als een jas, het is voorbij. De pijn, de emotie is voorbij, maar naar eerlijk­heid: misschien is ook de vreugde van de Aarde voor­bij. Maar wat er overblijft is de ziel die u bent, met het be­wustzijn wat u hebt." En daar hebt u vele incarnaties aan gewerkt.

En niet alleen kijkend naar dat laatste leven, maar ook kijkend naar uw eerdere incarnaties en de daarin liggende opge­dane ervarin­gen. Bijvoorbeeld: "Hoe bent u met het leven omgegaan, hoe bent u met echtscheiding omgegaan, hoe bent u met de dood omgegaan, hoe bent u met cruciale momenten in uw leven omgegaan?"


Stelt u zich voor, twee mensen hebben rond hun dertig­ste verjaardag met een echt­scheiding te maken. De ene mens is er 10, 20, misschien 30 jaar later - en ik weet wat ik zeg - nog mee bezig. De schuld ligt bij de ander, en een eventuele negatieve ervaring komt doordat de ander is weggegaan.

En de andere mens, die vindt zijn of haar weg. Na een jaar, na een be­paalde rouwverwer­king is het voorbij, en misschien na nog een keer een jaar is het definitief ver­werkt en voorbij. Dan is er een opening voor een eventuele gelukkige nieuwe relatie, geba­seerd op de ervaring van het verleden. Of dan is er een opening om het mis­schien zonder partner, alléén te doen. Maar dan doelbewust en weloverwogen vanuit de karmi­sche goddelijke keus: "Ik wil mijn leven op die manier inhoud geven". Dan is er geen schuld, geen vingerwij­zing, maar dan is er ook geen krampachtige emotie, iedere keer weer wanneer er zich een situatie voordoet die niet prettig is, waarbij de schuld gegeven wordt aan de gewezen partner.


Twee dezelfde situaties, een scheiding rond het dertigste jaar. Heeft de mens die vast zit in die emotie het moeilij­ker dan de mens die zich, tussen haakjes dan, maar relatief gemakkelijker over dat facet heen zet? Heeft die eerste mens het moeilijker, heeft de tweede het gemak­kelijker? Nee, ze hebben allebei precies dezelfde ervaring onder­gaan, ze hebben allebei op dat moment een trauma­tische ervaring te verwerken gehad, ze heb­ben allebei zielepijn gehad. Ze hebben allebei misschien de zielepijn in dat lichaam ervaren, ze zijn er misschien ziek van geworden. Na een aantal maanden gaat men daar een onder­scheid in waarnemen.

Wanneer wij vanuit onze wereld naar uw wereld op Aarde kijken, zien we dit soort verschijn­selen duide­lijk en niet alleen bij een echt­schei­ding. Ik heb dit alleen als voorbeeld genomen. U ziet dit ook bij de overgang en bij de ge­boorte.


Maar vooral bij de overgang ziet u dat heel duidelijk. De ene mens die verdriet heeft en een rouwproces doormaakt, zal op een bepaald moment dat verdriet verwerkt hebben. Hij of zij accepteert de nieuwe situatie, hij of zij accepteert dat die ander in veilige handen is en door de Engelen van de Witte Broeder­schap is opgenomen. Die mens oordeelt niet van: "Die ander zal in de hel, of in de eerste sfeer komen." Die mens hoopt misschien, maar durft het niet uit te spreken, dat de geliefde in een heel hoge sfeer zal komen. Men is neu­traal en men stuurt zijn of haar liefde naar die ander, men probeert op een telepatische manier, voor zover dat mogelijk is, een contact met de ander aan te gaan.

En wat ziet u dan?

U ziet dat die mensen in hun nachtelij­ke uittredingen - men noemt dat vaak dromen, maar er zit een verschil in - wel degelijk contact hebben met de overlede­ne. Want dat contact is moge­lijk, omdat er geen emotie is!


Neem de andere mens, wanneer het de dood betreft. Men is emotioneel, gaat elke dag naar het graf, waar niets meer te vinden is... Men brandt wierook of kaarsen bij een foto - en dat is goed, want het geeft een positieve kracht - maar als daar een emotie aan ten grondslag ligt, als iedere keer wan­neer u daar bloemen neerzet de tra­nen in uw ogen sprin­gen, als iedere keer als u daar wie­rook brandt, of wan­neer u die foto beetpakt, een grote brok in uw keel springt dan zijn al uw chakra's, al uw zenuwpunten gesloten.

Dan is uw hele aura bezwan­gerd met tranen, met emo­ties en met een krampachtige situatie. En u kunt zich voorstel­len, lieve vrien­den, zusters en broeders op Aar­de, dan is er geen enkel, geen enkel telepatisch contact mogelijk. Het is er niet, en waar het er mis­schien lijkt te zijn, líjkt te zijn, is het de wens die de vader van de gedachte is. Het is hoop, het is een illusie, maar het is niet echt, het is niet echt. Want een ziel die afscheid neemt van de Aar­de, zal ver weggehaald worden van die Aarde.


Ver weg betekent hetzelfde als wanneer u in de zomer­maan­den, ver weg van huis naar een ver vreemd land gaat. U zegt dan: "Ik ga op vakantie." De eerste dagen bent u nog bezig met uw huis, met uw huis­dieren misschien of met hen die u hebt achter­gela­ten, maar na een paar dagen bent u los. Als die vakantie wat langer kan duren, dan bent u na één of twee weken héle­maal los. Door de grote afstand op Aarde hebt u afstand geno­men van dat wat u achterliet. Dat is voor iedereen her­ken­baar, denk ik.


Maar vergelijk dezelfde situatie met een ziel, dat stukje God wat u bent. Wanneer die ziel uit dat lichaam stapt, op grond van eigen kennis en kunde en spiritueel be­wust­zijn, of indien dat helaas nog niet zo is, wanneer die ziel wordt wegge­haald van de Aarde door Engelen van de Witte Broeder­schap, dan zult u kunnen begrijpen dat hoe verder die ziel wordt wegge­haald van de Aarde, hoe min­der de emotie is en hoe sneller en afstande­lijker dat laatst geleefde leven, wat toch mis­schien nog emoti­oneel is - maar dat heeft dan met het eigen leven te maken -, beleefd en herleefd en geanaly­seerd kan worden. Natuurlijk in grote lijnen. Een enkel gebeuren is nu niet meer belangrijk. ­­­


In de periode waarin de ziel wordt weggehaald, of vrij­willig zo ver mogelijk weggaat om afstand te nemen, om haar eigen emoties te verwerken, is er geen enkel telepa­tisch contact mogelijk tussen die ziel en zij die achterble­ven op Aar­de. U zult nu begrijpen­ dat dát niet kan.


Ik ga u een ander voorbeeld geven.

Stelt u zich voor dat­­ iemand die ongenu­an­ceerd een diep religieus leven gehad heeft, waar­in ge­bed en opoffering een heel be­lang­rijke schakel in dat leven geweest is, laten wij zeg­gen: een kape­laan, een pastoor, of een dominee of zomaar een zeer spiritueel mens, bij ons in de Astrale wereld aan komt.  ­Iemand die zijn of haar hele leven bezig is ge­weest met een voorge­schre­ven wetma­tigheid: Zo is het, je mag zondigen, maar wanneer je biecht worden je zon­den je verge­ven. Daar zit geen eigen verantwoordelijk­heid in. U kunt zelfs een stapje verder gaan: Wanneer je het goed doet zul je aan de rechter­hand van God zitten.


Ik kan die lijst uitbreiden. Maar stelt u zich voor - en ik doe een beroep op uw visualisatievermogen - dat die ziel die de Aarde verlaat, een vrij starre dogmati­sche gedach­tengang en levens­stijl gehad heeft. Dan verandert er niet zo heel veel...


Wat u uit­straalt trekt u aan, dus u blijft in dezelf­de sfeer van voelen, denken en bewustzijn zitten. U komt in de Astrale wereld temidden van allemaal anderen, die op dezelfde manier denken. Dat is niet dramatisch, want daar voelt u zich prettig bij, alleen is dat de oorzaak, dat u er niet of nauwelijks van los kunt komen. Engelen van de Witte Broe­der­schap zullen afdalen in een wat lagere sfeer, om te probe­ren die ziel bewuster te maken, om hem een spiegel voor te hou­den. Maar op grond van uw eigen verantwoordelijkheid mogen zij niet alles.


Ergens in de Astrale wereld is zo'n spiegelzaal, waar iédere ziel, ook u, op een bepaald moment in uw evolutie zult komen, en die spiegelzaal ziet er ongeveer als volgt uit: Stelt u zich een bepaalde ruimte voor, waar alle muren met spiegels be­kleed zijn, het vloeroppervlak kent ook spiegels, het plafond kent ook spiegels, overal waar u kijkt kunt u niet ontsnappen aan uzelf. U hebt geen lichaam meer, maar u kijkt naar dat wat uzelf bent. Daar kunt u woor­den voor gaan gebruiken, maar u moet er op dit moment woorden van de Aarde voor gebrui­ken.

U kijkt naar uw aura, zou u kunnen zeggen, u kijkt naar uw totale uitstraling, u kijkt ook naar uw innerlijk, naar uw zelf­beeld, naar uw eigenwaar­de en naar uw positiviteit. U kijkt daar ook naar uw wilskracht, de goddelijke wilskracht om licht in de duisternis te brengen. Of juist de onwil om het licht in uzelf aan te wakke­ren en dat liever maar van ande­ren te consumeren. U kijkt daar naar uzelf, er is niémand in die spiegelzaal anders dan u, er is niemand die u oor­deelt. God oordeelt niet, uw geleidegeest of engelbe­waar­der oordeelt u niet. Uw gids kan zelfs niet mee die spiegel­zaal binnen want het is úw confrontatie met uzelf.


Bij de één is dat een zeer prettige gewaarwording, die ontdekt veel verder in zijn of haar evolutie te zijn, dan zijzelf ooit had durven hopen. Waarom niet? Maar de ander, en in werkelijk­heid zal het wat genuan­ceerder liggen, kijkt, ziet en ontdekt dat na een heel leven van kramp­achtig gebed en opoffering­, zon­der eigen interpretatie, al die handelingen zinloos geweest zijn. En dat zij met die starre en dogma­tische houding, niet alleen zichzelf, maar ook ande­ren beperkt heeft in de evolutie. Zo zou ik u vele voorbeel­den kunnen noe­men. Maar op een bepaald mo­ment in de Astrale wereld, volgt er een confrontatie. Kunt u dat niet aan, ach, dan is dat op zich niet zo erg. U wordt weer te slapen gelegd en zoals het op Aarde ook is, door een soort slaap rust u uit en kunt u een latere confrontatie weer beter aan.


Maar het is natuurlijk meer dan alleen te slapen leggen. U wordt als het ware in een bepaalde ruimte gebracht, waarin continu positiviteit, liefde, goedertierenheid en een diep gevoel van vredelievendheid, aan u wordt over­gedragen. Ingestraald, zegt u maar.

Stelt u zich voor dat u daar te slapen ligt, een aantal maanden... of jaren. ­­ Een aantal maan­den lang worden er door krachten uit de Witte Broeder­schap, liefde, goedertierenheid, positi­vi­teit, vredelie­vendheid en wat dies meer zij, over u uitge­stort.

Wanneer uw geleidegeest u daarna wakker maakt, is er toch iets veran­derd, zonder dat u zelf bent veranderd, want dat mag niet. Dat is een geestelijke wet. U kunt de ander geen vrede opleggen of afdwingen, dat werkt niet. U kunt niet zoals men dat op Aarde doet, tegen de ander zeggen: "Je moét van mij houden, anders maak ik je dood." U kùnt dat wel eisen en die ander zal zeggen dat hij van u houdt, maar het is niet echt. Het heeft geen bezieling.


U kunt de gedachtengang en de gevoelens van een ziel, dus niet transformeren. Ten eerste mag het niet, vanuit geestelijke wetten, ten tweede werkt het niet in de prak­tijk. Maar er is toch iets veranderd, uw hele ziel en haar omgeving, uw hele aura is be­zwan­gerd met liefde.


Kijkt u maar eens naar een verjaar­dag. Wanneer er ie­mand binnenkomt, terwijl er al een x-aantal mensen aanwezig zijn, is soms die ene mens die later binnen­komt in staat om de hele sfeer te veranderen. Soms negatief, soms positief. Het gesprek krijgt een andere wending, uit wat voor argumentatie ook.


Zo gebeurt het eigenlijk in de Astrale wereld ook. Het is niet zo ànders. U neemt uzelf mee, maar tegelijkertijd laat u uw li­chaam, met de pijn en de ziek­tes van dat lichaam, met de emoties van dat lichaam los. Het is dus welis­waar wat gemak­kelijker, maar tegelijker­tijd zult u toch niet écht veranderen. U zult niet, en ik ga het even zwart-wit stellen, van de duivel in God veranderen, maar ook niet omge­keerd.

­Die afstand tussen geestelijk be­wustzijn is niet te over­brug­gen, anders dan door een geestelij­ke ontwikkeling die tijd nodig heeft. En of die geestelijke ontwikkeling nu op Aarde gebeurt of in de Astrale wereld, is een ander ver­haal.


U kunt zich voorstellen, mijn vrienden, dat wanneer wij vanuit onze astrale dimensie, vanuit Zomerland of Gene Zijde, of de Astrale wereld, naar de Aarde kijken dat we soms verbijsterd zijn, dat mensen die over heel veel kracht beschikken, die heel veel liefde in zich kennen, zich soms zo gemakkelijk door het kwaad laten beetnemen. Toch kunt u, wanneer die zielen op een bepaald moment in onze wereld komen, stellen dat ze niet schuldig zijn, omdat het 'Het Kwaad' is geweest wat ze heeft afge­remd en meer dan dat."

Maar is dat ook zo?

Of heb­ben ze dit toege­staan, uit geeste­lijke luiheid, om­dat ze het gemak­kelijk vonden om naar de ander te luiste­ren, om niet zelf te hoeven naden­ken, omdat ze de ver­antwoordelijkheid van zelfstandig handelen niet wil­den dragen? Of omdat ze al op het verkeerde spoor zaten?


Ik zal u een voorbeeld geven. Ik heb het gehad over mensen met een groot acceptatie­vermogen, een accepte­rend karakter. Stelt u zich voor dat u heel veel accep­teert: accepteert dat er verschillende huidskleuren zijn op Aarde, verschillende volke­ren zijn op Aarde met verschil­lende dogmatische, verschillende economische, verschil­lende sociale achtergronden en culturele achtergronden. Veronderstel dat u accepteert dat uw eigen kinderen met kleurlingen thuis komen, dat u dus een heel groot accepte­rend karakter hebt. Wat zien wij vanuit onze wereld? Dat er heus wel een groot aantal mensen op Aarde zijn, meest­al zijn dat spirituele mensen, die een groot accepte­rend karak­ter hebben.


Maar wat wij ook zien is, dat een aantal van die mensen, ook die spirituele mensen, een zogenaamd, maar niet echt gróót accepterend karakter hebben. Want ze accep­teren in wezen niets, ze accepteren omdat ze wordt opgelegd dat dat zo moet.

Ze accepteren dat de ander is zoals die is, omdat ze bang zijn de confrontatie met de ander aan te moeten gaan en dus accepteren ze het maar.

Dat is niet hetzelfde, dat is niet echt, dat is niet bezield. En dan kunt u op Aarde denken, die mens accepteert heel veel en dat is een ruimdenkend mens, en wanneer hij over­gaat naar de Astrale wereld, ach, dan zal het allemaal wel meeval­len. Misschien wel, misschien niet, omdat die mens niet echt accepteerde, omdat hij bang was voor de ander, bang was voor de confrontatie, bang was de stoffelijke strijd te zullen verliezen.

Maar als u uzelf meeneemt en dat ge­beurt, gelukkig zou ik bijna zeggen, dan zult u diezelfde confrontatie toch op een bepaald moment met uzelf en nooit met de ander, moeten uitvechten. Meestal in de spiegelzaal.


Wij hebben veel mensen op Aarde horen zeggen: "Ach, dat zal die ander in een volgend leven, in een volgende incarnatie aan mij goed moeten maken." De meest stupi­de uitspraak die mensen op Aarde kunnen doen, of mis­schien mag ik niet oordelen, een veelvuldig uitgespro­ken volzin in spirituele kringen. Ten eerste is het een oordeel over de ziel van de ander, ten tweede is het een onge­kend en onbewust oordeel over uzelf. Want u legt daar­mee vast dat u zelf nog lang niet klaar bent en in een volgende incarnatie weer terug op Aarde zult zijn.


Wanneer u zegt: "Ach, als de ander mij iets aandoet wat ik niet prettig vind, ik stap daar overheen en diegene zal op een bepaald moment de spiegel gepresenteerd krij­gen." Dan zult u het niet meer belangrijk vinden of die spiegel roze is of licht­blauw, dan zult u het niet meer belangrijk vinden of die ander daarvan schrikt of dat hij pijn voelt, of dat hij opgelucht is dat eindelijk de werke­lijkheid naar buiten komt. Dan bent u los van de emotie.


Probeert u maar eens uw ogen te sluiten:

U bent een ziel en hebt een lichaam. Uw lichaam kan koude, warmte en pijn of geluk voelen. Net zo vaak en net zo lang totdat u ervaart dat het niet uw lichaam is maar de ziel die u bent die ál die ervaringen voelt en verwerkt. Voel, voel in uzelf.

Houd uw lichaam stil. Visualiseer nu dat u in een grote ruimte zit met een podium.

Voor dat podium hangt een dik rood gordijn.

Heel, heel langzaam gaat dit gordijn nu open.

Wat u nu ziet is een astrale voorschouw.

Kijk, kijk rustig in de Astrale wereld. Wat u ziet is echt.


Uw lichaam valt als een geopende sarcofaag van u af naar links en naar rechts.

Adem diep in het astrale licht en voel uw ziel warm worden.

De ruimte om u heen valt weg. U bent in de Astrale wereld.

Kijk daar in uw eigen bewustzijn. Kijk daar in wat u als ziel op Aarde zoekt.

En voel dat dát uw karma is. Karma als oorzaak en gevolg.

Al uw bewuste en minder bewuste daden van Atlantis tot vandaag.

Adem diep en adem rustig uit.

Kijk en ervaar in de astrale voorschouw, wat u in ál die incarnaties hebt bereikt.

Voel, voel het geluk uit ál die levens samenkomen in dit leven.

U bent een ziel en hebt een lichaam.

Graveer dat wat u nu ziet en voelt in uw bewustzijn.

Haal adem..... en adem rustig uit.

Het rode gordijn sluit zich en uw ziel en uw lichaam zijn weer EEN!


Mijn lieve vrienden, zusters en broeders, een ziel die uit God geboren wordt heeft een verschrikkelijk lange weg te gaan, leven na leven, na leven, na leven. De tijdsduur van de gemid­delde ziel, en er zijn uitschieters naar bene­den en naar boven in, maar de tijdsduur van de gemiddel­de ziel, die uit God geboren wordt tot zij terugkeert in God, is ruim 300.000 aardse jaren in uw tegenwoordige tijdberekening. Zo'n 300.000 aardse jaren. U kunt zich voorstellen hoeveel levens daarin liggen. U kunt zich voorstellen, in elk leven en in al die levens samen, hoe­veel emoties, hoeveel gebeurtenissen, daarin plaatsvin­den.


U heeft misschien weleens gemerkt, dat sommige men­sen steeds opnieuw en weer  precies dezelfde situatie, zij het in gewij­zigde vorm, tegenkomen. Het ligt nóóit aan die mens, het ligt altíjd aan de ander. Ze hebben pech, zoals u dat noemt, ze zijn ongelukkig, zoals u dat noemt, maar is dat zo?

Pas wanneer ze zich­zelf begrepen hebben, wanneer ze in die levens­spiegel gekeken hebben en ze zelf veranderd zijn, lukt het ineens wel. Mensen die 4, 5, 6, 7 keer getrouwd zijn en iedere keer in de steek gelaten worden, of bedrogen worden. Ja, u kunt zeggen: "Dat ligt aan de ander, de ander bedriegt immers, de ander laat in de steek." Maar mis­schien was die mens die verlaten werd te kram­pachtig, wilde hij de ander bijna op zijn of haar buik binden, wilde hij de ander als een moe­derkloek beschermen, vasthou­den, niet in handen van anderen laten komen...


En juist daardoor ontstond de verwijdering, met alle gevolgen van dien. Op het moment dat die ene mens, die al die ervarin­gen heeft opgedaan, zichzelf begrijpt, zich­zelf leert kennen en de ander vrijheid geeft, in gevoel en in denken, ont­staat er een tegenreactie. En die tegenreactie is: een innige liefde, een diepe liefde, een bezielde liefde, waarin lichamelijke liefde en goddelij­ke éénwor­ding, bijna, vanuit beide zielen hand in hand gaat. Dan lukt het ineens wel. Plotseling lukt het wel, door­dat die mens zich anders is gaan opstellen.


Het zijn maar praktijkvoorbeelden, maar dezelfde voorbeel­den komt u tegen, en dat is onontkoombaar, in de Astrale wereld. Dezelf­de voorbeelden krijgt een ziel in de Astrale wereld gepresen­teerd, net zolang en veelvuldig tot zij begrijpt dat zijzelf moet veran­deren. Dat zij als ziel, als individu uit God ontsproten is, dat zij als ziel verantwoor­delijk is voor al haar daden. Dat zij als ziel bepaalt hoe zij met die gebeurtenissen omgaat: of zij het snel ver­werkt, of het juist niet snel ver­werkt. Dat zij als ziel, uiteindelijk als individu in God en al Zijn krach­ten zal terugke­ren, terug in de moe­der­schoot, terug in de buik­holte van God, en dat al die andere mensen entourage zijn, maar wel belangrijke entourage. Want het is belangrijk of u een dunne of een dikke jas aan hebt, zowel in de wintermaan­den, als in de zomer­maanden. Het is belangrijk, en niet alleen uit ijdelheid, dat u mooie kleren draagt.

En waarom niet?


Daar is niets ver­keerd aan, want dan voelt u zich daar prettig in, dan past het bij u. De één houdt van een strop­das en de ander houdt van een trui. Nu, dat is op zich niet verkeerd, als u zich daar maar prettig in voelt dan is het een middel tot het doel om een stabili­teit, om een rustpe­riode in te bouwen.


Verleg dit hele territori­um naar de Astrale wereld. U komt in uw eigen sfeer. Iemand die heel veel alcohol gedron­ken heeft, zal in een sfeer komen waarin heel veel zielen zijn, die denken nog steeds door te gaan met alcohol te drinken. Krachten van de Witte Broederschap hebben grote moei­te om daar licht te brengen, om daar een verandering in aan te brengen. Vaak verlagen zij zich, gaan ze als het ware aanzitten en zelfs meedrin­ken, een gesprek op gang brengen, een gedachte lanceren, een vriendschappe­lijke relatie proberen aan te gaan. In trilling treden met... is opgaan in.., om ze dan mee te nemen naar het Licht, om ze dan te slapen te leggen.


Maar het is wel jammer dat het niet anders kan. Even jammer is het, dat zoveel mensen die achterblijven op Aarde zo verschrikkelijk veel moeite heb­ben met het feit dat ze die ander niet meer kunnen zien en niet meer kun­nen aanraken, door­dat die mens door de over­gang zijn geestelijke jas, zijn lichaam heeft uitgetrokken en als ziel misschien in een triomf­tocht de astrale sferen is binnengetreden. ­­


Mijn lieve vrienden, zusters en broeders, zolang mensen krampachtig willen vasthouden, emotioneel niet kunnen losla­ten, houden zij die ander vast aan de Aarde. Misschien in liefde, maar toch. U hebt als het ware een heel dik sterk touw om die ander heen gewonden, om zijn benen, rond z'n oksels, rond z'n hoofd. Want u wilt hem bij u houden, u wilt hem naar u toe trekken, u wilt hem vasthouden, u wilt hem knuffe­len, u wilt er van houden, u wilt er voor zorgen, of u wilt verzorgd worden, maar dat is nog verschrikkelijker. Maar het is te allen tijde een emotie. In álle gevallen.


Als u zou zeggen: "Hhhh, gelukkig wat ben ik blij dat die ander het tranendal op Aarde verlaten heeft, de wor­ste­ling met het leven en met het lichaam volbracht heeft. Hij is vrij, z'n astraal lichaam, z'n etherli­chaam kan hij nu gebruiken om liefde, positiviteit en licht met ande­ren te delen en/of in zichzelf te verwer­ken. Ik steek een kaars op voor die ander, dat de weg die hij gaat, een weg van licht en liefde zal zijn. Ik brand wierook of ik zet die foto neer."

Dat mag, dat is niet verkeerd. Maar trek ze niet terug, houd ze niet vast, want dan kan er een trau­mati­sche ervaring ontstaan voor die ander, die de Aarde los wil laten, die het leven héél ver achter zich wil laten, maar die door de tranen, zielepijn, angst voor het onbe­kende en het 'niet willen' van de achterge­ble­venen, wordt vast­ge­houden.


Maar die angst van de 'niet-wetenden' waar een ziel naar toe gaat, die denken dat dood dood is, is een ver­schrik­ke­lijke angst, maar wel een angst die zielen vasthoudt. De angst, de emotie, de zielepijn, het verdriet, ach, het zijn woor­den, maar als u al die woorden samenvat in een volzin, en u noemt die volzin rouwverwer­king, dan heb­ben mensen gemiddeld een 10, 12, 13 maanden nodig om dat rouwproces te verwerken. Wanneer ik zeg: "De gemid­delde tijd is een jaar", dan zult u ontdek­ken dat de emotie in de eerste periode het sterkst is. Daarna zwakt hij af. Niet door­dat u ver­geet, maar door­dat het contact langzaam minder wordt, of vrediger wordt, doordat de ander in de Astrale wereld verder van de Aarde, verder van uw en mis­schien zijn eigen emotie afgaat, verder van de karmische restverwerking van de Aarde los­komt.


En wat ziet u dan? Dat er vaak na een aantal maan­den, bij heel veel nabestaan­den een duide­lijk telepa­tisch contact plaatsvindt in dat schemer­land, 's morgens tegen het opstaan, 's avonds vlak voor het in slaap vallen, tus­sen waken en slapen in en soms in een geheel andere situa­tie. Dan zien ze de ander ineens in een stoel zitten. Horen de stem van de ander plotse­ling spreken. Ineens hebben ze het gevoel dat ze worden aangeraakt, bijna gelief­koosd door de ander. Er is een duidelijk contact... Vele nabestaan­den zeggen: "Na 2, 3 maanden is de ander teruggeko­men om afschei­d te nemen." Dat is niet waar en dat is wel waar, want in de beginfa­se hield u de ander vast of... - en daar bent u niet schul­dig aan - kon de ander de Aarde nog niet losla­ten, maar er was een span­nings­veld van emoties.

In dat span­nings­veld van emotionele ge­beurtenissen was er nauwe­lijks een telepa­tisch contact tussen u beiden mo­ge­lijk.

De rust, de vrede omdat het goed gaat met de ander, de vrede dat de ander zich nogmaals aan u ge­toond heeft, kon alleen ontstaan doordat de emotie weg­geëbd was. De af­stand tussen het laatstgeleefde leven en dit mo­ment was zo groot, dat er geen enkele emotie meer aanwe­zig was.


Wanneer psychometristen in een soort halftrance of in een helderziende waarneming tegen iemand zeggen: "Ik zie uw vader achter u staan," Of: "Ik zie uw moeder, of uw kind, achter u staan," dan is dat vaak waar. Of het is niet waar en dat is niet te controleren. Want in beide gevallen ziet die psychometrist precies hetzelfde.


De ziel van diegene die aan u is voorgegaan moet zich manifes­teren, zoals hij of zij  er in het laatst­geleefde leven heeft uitgezien. Maar dat leven is voorbij, zoals vele eerdere le­vens, waarin die ziel er misschien heel anders heeft uitgezien en misschien zelfs een heel ander ge­slacht ge­kend heeft op Aar­de. Dat is ook nog mogelijk.

Maar goed, om u duide­lijk te maken wie hij is, zal hij kiezen voor de kleding en de kenmerken die bepa­lend waren voor hem. Dat is één. Maar even zo vaak en misschien nog wel vaker, ziet de helder­ziende niets anders dan dat wat u als mens uit­straalt, in een wanho­pige poging om in contact te komen met de ander. Immers, u bent naar die psychometri­sche seance gegaan in de hoo­p - en uw hele aura is gevuld en bezwangerd met die hoop - om één woord, al is het maar één woord, te horen van die overleden partner, broer, vader, moeder of wat dies meer zij.


Dan is het toch, laten we eerlijk zijn, voor een psy­chome­trist, zelfs voor u met enig gevoel, een koud kuns­tje om aan de expressie, maar ook aan uw aura en uw totale uitstra­ling iets te zien. En dan zeg ik niet eens dat er psycho­metris­ten zijn, misschien zeg ik het dan toch, die alleen maar kijken naar de hand van ie­mand. Bevindt zich aan één van de vingers twee trouw­ringen, dan is het gemakkelijk om te weten dat de part­ner is overge­gaan, dan is het gemakkelijk om een bood­schap te geven, want u ziet aan het gezicht of diege­ne het verwerkt heeft. Als dat zo is, ach, dan zullen ze waar­schijn­lijk niet meer naar zo'n psychometrische avond gaan.


Maar als het nog niet verwerkt is, in een wanhopige poging om in contact te komen met die ander, om een bood­schap te horen, juist in een proces waarin dat on­mogelijk is, is het de mens zelf die zijn impul­sen naar buiten zendt, die het als het ware materia­liseert. Degene die achterbleef op Aarde helpt de overledene er niet mee.

Dat kan ook niet, want u bent zelf veel te geëmotioneerd en de ander kan u niet helpen, omdat het contact absoluut niet op elkaar aansluit. U zou de sleutelcode moeten weten, maar die sleutelco­de is: los zijn van emoties. Na het rouwproces: het accep­teren, vanuit die acceptatie het verwerken, vanuit dat verwer­kingsproces met diepe liefde, met een groot be­wustzijn, met een sterk gevoel, maar zonder emotie, de ander tegemoet treden. En wanneer u dat dan wilt, dan mag u naar het graf, dan mag u naar de dodenakker waar de as is uitgestrooid. Maar áls u dat wilt, dan kunt u dat ook thuis doen. Al­leen of met anderen. Dan kunt u dat doen door een gebed op te zenden. Dan kunt u dat, wanneer u de confrontatie aandurft - maar let op, zonder emotie -, doen door te proberen vanuit uw diepste gevoel een telepatisch contact met de ander aan te gaan.


Want het is mogelijk..., het is mogelijk om het gordijn tussen de stoffelijke en de Astrale wereld opzij te schui­ven. Het is mogelijk om een astrale voorschouw te maken. In wezen bestaat het gordijn niet, het gordijn wordt gemaakt door mensen, doordat ze niet willen kijken, omdat ze niet kunnen zien dat dood niet dood is.

En u kunt zich afvragen of het leven nu, het leven op Aarde, of dat werkelijk de beteke­nis van dat leven dekt, want heel veel mensen op Aarde zijn levend dood.

Broeder Astra zei eens: “Wij zijn niet echt dood en U leeft niet echt”. Misschien was het een van zijn grapjes. Maar dan wel een die de waarheid in zich draagt.


Kijkt u maar op uw wereld waar oorlog gevoerd wordt. Ik wil daar verder geen uitspraak over doen, want er zijn net zoveel en misschien nog wel meer mensen die vrede­lievend zijn. En binnen die vredelievende groep zijn er mensen die een groot spiritistisch of spiritueel bewust­zijn hebben. En binnen die groep, ach, daar zijn uitschie­ters naar bene­den en naar boven, mensen met een open en eerlijk karakter, die telepatisch zijn.

Maar u kunt in de eerste sfeer ook trance-medium zijn en over telepatische vermo­gens beschik­ken. Alleen kijkt u dan in de duister­nis, alleen kijkt u dan in rampen, in aard­bevingen, in dood en verderf. En misschien in uzelf.


Want als u tot een hogere sfeer behoort en u kijkt in uw eigen sfeer, dan ziet u daar het­zelfde in gebeuren, alleen u ziet het ànders. U ziet dezelfde dood, u ziet dezelfde overgang niet meer als een traumati­sche gebeur­tenis, een verschrikkelijke ervaring, maar u ziet hem als een nieuwe geboorte, een over­stap waarin u als het ware de pensi­oengerechtig­de leeftijd bereikt hebt, waarin niets meer hoeft, maar waarin u voor uzelf zo verschrikkelijk veel tijd krijgt, dat u die tijd kunt vullen met al uw hob­by's.


Vertaald betekent dat, dat de emoties weg­vallen, het moéten houdt op te bestaan. U hoeft zich niet meer waar te maken en elke ziel die u tegen­komt, zal u zien zoals u werkelijk bent. De communicatie in de Astrale wereld gaat via gedach­ten­kracht. Eigenlijk vind ik GEVOEL een beter woord. Elke ge­dachte die een ziel uitzendt, wordt gevoeld. U zou kunnen zeggen: Elke gedachte wordt door de ander gezien, maar in werkelijkheid is het VOELEN.

U kunt dus niet liegen. Als u een onwaar­heid aan de ander zou vertel­len in de Astrale wereld, dan zendt u een totaal andere im­puls uit dan de woorden die u spreekt. U hebt geen stem­banden, het zullen geen woorden zijn, de communicatie gaat anders.


Maar de communicatie van ziel tot ziel tot ziel, tussen Engelen van de Witte Broeder­schap, maar ook tussen zielen die zojuist de Aarde verla­ten hebben of, en dan ben ik een fase verder, op het punt staan om opnieuw geboren te worden, is een communicatie tussen impulsen van diepe bewogenheid, van een sterk gevoel, een grote ervaren goedertierende liefde. Wanneer u daarin kunt communiceren, ontdekt u precies het­zelfde als wat u op Aarde doet wanneer u met uw kinderen, met uw partner, met uw vrienden of wie dan ook, een diep gevoel van spiritualiteit, een diep gevoel van liefde, een diep gevoel van bewogen­heid deelt.


Maar wanneer u zich op astraal niveau laat meeslepen door de emotie van de ander dan ont­dekt u iets bizars. U functioneert bijna telepatisch en dan hebt u nog de ballast en de belemme­ring van de stoffelij­ke vorm. U moet het allemaal buiten­zintui­glijk laten gebeuren, want die zintuigen behoren tot de Aarde, tot het lichaam. In de Astrale wereld hoeft u niet buiten­zin­tui­glijk te werken, daar blijft alleen de oer­kracht God, de kern, de ziel die u bent, over, zoals zij werkelijk is.


Elke impuls die wordt uitgezon­den kent een tegenim­puls, elke ziel die in de Astrale wereld komt, die haat in zich kent, bij­voor­beeld ten tijde van een oorlog, zal in een gebied komen waarin allemaal mensen met haat leven. Daarom gaat de evolutie zo langzaam. Elke ziel die een groot spiritueel bewustzijn heeft - en dat zijn mis­schien uiter­sten, maar de werkelijkheid is genu­anceerder; maar toch wat u uitstraalt trekt u aan - zal in een sfeer komen waarin spiritu­ele mensen met een open karakter, met een diep gevoel voor liefde, met een sterke spiritualiteit, aanwezig zijn.

Die zullen gemakkelijker over dingen heen stappen en zullen minder emotio­neel zijn. Er zit dus een verschil in. Ieder­een hoopt dat zijn partner in de hemel wacht tot hij of zij die op Aarde achter­blijft, ook zijn of haar werk op Aarde gedaan heeft. Iedereen hoopt straks samen verder te gaan.


Maar hoe zit het dan wanneer iemand meerdere partners in één leven gehad heeft?

Er is geen jaloe­zie, er is geen haat in de Astrale wereld. En hoe zit het dan als u naar de oerkracht, de kern van de ziel kijkt, over de drempel van het leven heen naar eerdere incarnaties, misschien wel 200.000 jaar?

Al die levens, al die partners, wanneer u die opnieuw zou ont­moeten, als dat zou gebeuren dan accep­teert u ze zoals ze zijn.

Dan is er plaats voor een ver­smelting, een hosanna; dan is er plaats voor een wederkomst, een terugkeer van dat wat God bedoel­de, toen Hij u als ziel gebo­ren liet wor­den. Hij heeft niet meer gezegd dan:"Gaat heen en ver­me­nigvuldig de ziel die u bent, gaat heen en keer terug in Mij met wijs­heid." Meer heeft Hij niet ge­vraagd, meer ver­langde Hij niet van u.


Gaat heen en vermenig­vuldigt u, u dat is de ziel die u bent. Het lichaam, ach, dat is belangrijk op Aarde, maar daar hecht ik niet zo aan, vergeeft u mij, want of uw leven nu 3 dagen, 30 of 300 dagen, 10, 20, 80 of 100 jaar duurt op Aarde, dat vinden wij vanuit onze we­reld eigenlijk niet belang­rijk, want u komt hier van­daan. U verlaat ons om naar de Aarde te gaan, maar het werkelij­ke leven uit God ont­sproten speelt zich hier af. En u kunt het leuk vinden of niet, maar u keert éénmaal weer terug bij ons.

Maar het kan en mag natuurlijk nooit zo zijn, dat u gedu­rende uw hele leven zegt: "Ik wil hier weg, want ik heb het hier niet naar mijn zin, de Aarde is een tranen­dal." Want dan hebt u de opdrach­t, om op Aarde te leven, niet begrepen. En uw zelf gekozen karma al helemaal niet


Het moet in werkelijk­heid en in wezenlijke waarach­tig­heid zo zijn, dat wanneer u de Aarde verlaat, dat u zegt: "Ik ben blij dat het achter me ligt, maar ik heb die erva­ring kunnen opdoen en goed kunnen verwerken. Ik heb door middel van die erva­ring mijn bewustzijn kunnen vergroten en daar ben ik de Aarde erg dankbaar voor." Dan kunt u de Aarde loslaten, maar tegelijkertijd liefheb­ben zoals u uw partner, goede vriend, of uw kinderen los moet laten. Dat kunt u maar op één manier doen: door middel van liefde, door ze lief te heb­ben. En niet door ze kwaad te doen.


Geen mens zou de overledene kwaad willen doen en toch gebeurt het. Mensen die weken, maanden en jaren lang, elke dag opnieuw de gang naar het graf ma­ken, huilen, ver­drietig zijn, bidden, niet begrijpen ... Ze storten alleen maar emoties over ze uit, ze houden ze vast aan de Aarde.

Ze kunnen ze niet loslaten, zoals sommige ouders hun kinde­ren niet kunnen loslaten wan­neer ze het ouderlijk huis verlaten. Kramp­achtig, angstig, een verkeerde program­ma­tie. Misschien bent u niet schuldig want u bent zo opge­voed en groot­ge­bracht en weet niet anders. Maar toch, maar toch, maar toch...

Liefde overwint alles, liefde is goedertierend, liefde is in staat afstand, tijd en materie te overbruggen. Liefde is in staat over de drempel van het leven heen te kijken. Lief­de is in staat over de drempel van de dood heen te kij­ken.

Liefde is in staat een ziel aan u te binden, zonder hem te binden. Liefde is in staat... álle emoties weg te wassen en een astrale voorschouw zonder emotie te nemen.


Wanneer u zou kunnen kijken, al was het maar 1 seconde, in die ziel of in de situatie waarin de ziel van de overledene zich bevindt, dan zou u misschien maar één ding doen, er gelijk achteraan hol­len, hoe dan ook. Nu, dat kan niet, want u zou tot zelfdo­ding moeten overgaan, u zou ern­stig ziek moeten worden en daar­aan moeten overlijden. En dat is misschien maar goed ook, want u hebt een eigen taak. Elke ziel heeft een eigen karma. U kunt een stukje samen gaan of zelfs een aantal levens.

In elk leven hebt u een engel­bewaarder of een geleide­geest, maar in elke incarnatie hebt u een andere. Het komt niet of nauwelijks voor dat u dezelf­de hebt. En het komt spora­disch voor dat u in vele incarnaties dezelf­de partner hebt. Toch kan het gebeuren dat u elkaar opzoekt in een leven, dat u kinderen van elkaar wordt, of kleinkinderen. Of dat u op een andere manier, een goede vriendschappelij­ke relatie over langere tijd - tot genoeg genoeg is - met elkaar opbouwt. Dat kan soms stoffelijk, zelfs zakelijk zijn. Ook dat kan.


Het kan een afspraak zijn om een kortere of een langere tijd - in beide gevallen spreek ik over jarenlang - in el­kaars omgeving iets te doen, om b.v. alleen maar als een soort spiegel te werken en invloed op het leven van de ander uit te oefe­nen. Dat kan zijn, doordat u samen op kantoor tegenover elkaar zit, of in dezelfde kamer.

Dat kan zijn doordat u samen in een soort maat­schap spiritu­eel bezig bent. U hebt elk uw eigen taak en uw eigen specialisme, maar u hebt ook uw eigen verant­woordelijk­heid en daar­naast uw eigen part­ner en uw eigen leven. Het kan ook in een andere situatie zijn.

Het zijn slechts voor­beelden, maar het gebeurt wel dat zielen elkaar opzoe­ken en u kunt geen 20 partners hebben, vele aardse wetten verbie­den dat. Maar het betekent wel dat u vaak met 20 zielen een afspraak maakt en met de ene ziel wilt u alleen maar een uur, een dag of een maand communiceren en met de ander een aantal jaren. En met weer een ander zegt u: "Nou daar heb ik zoveel tijd voor nodig, daar kan ik het beste een relatie mee aangaan." Of: "Daar wil ik geen confrontatie mee aangaan. We hebben al in vele levens samen grote confrontaties gehad en toch moe­ten we invloed op elkaar blijven uitoefenen."


Dan worden het misschien uw kinderen. Daar zit een stuk opvoeding in, daar zit een stuk ouderlijk gezag, tussen aanha­lingstekens, in. Want het is niet waar dat ouders kinderen opvoeden; ik denk dat het omgekeerd is, dat kinderen ouders veranderen en daardoor opvoeden. En tegelijker­tijd ontdekt u dan, dat de kinderen hun eigen weg gaan, dat er een emotio­nele ongebondenheid is. En daar kiest u dan voor in plaats van een relatie, die veel dichter­bij staat en veel emotioneler is en/of op een ande­re manier de kansberekening invult dat u tot een grote confrontatie komt, omdat u elkaar heel veel te leren hebt.


Herinner u het rode gordijn. Het kan zich weer openen. U kunt weer via een astrale voorschouw, kijken en weten. Maar het opent zich alleen maar wanneer u zonder emoties bent en op een spirituele en gevoelsmatige manier in trilling treedt met en opgaat in dat gordijn.


De rode draad door mijn verhaal is, dat God bestaat, dat God liefde is, dat er een Astrale wereld is, waar u van­daan komt wanneer u op Aarde geboren wordt en waar u naar terugkeert wanneer u de Aarde verlaat. De rode draad door mijn verhaal is 'ken uzelf', want ú bepaalt uw plaats en uw huis in de sferen, ú bepaalt op grond van wat u uitstraalt wat u aantrekt: uw partner, uw kinderen, uw familie op Aarde, maar ook uw geleide­geest. En dan bent u klaar voor de grote astrale voorschouw.

Ook straks na de overgang bepaalt ú welke zielen of welke groep zielen u om u heen zult hebben. Wat u uitstraalt zult u aantrekken. En wanneer u zich daarin gelukkig voelt, maakt het in beginsel niet uit tot welke sfeer u behoort. De tweede of de vierde bijvoorbeeld.  


Toeval bestaat niet, maar wanneer u vanuit uw intuïtie beslis­singen neemt, zal op het juiste moment, uw 'ja' 'ja' en uw 'nee' 'nee' zijn. En wanneer toeval niet bestaat dan is elke ervaring, vergeeft u mij, vanuit verkrach­ting tot een diep gebed, een erva­ring. En dan is het alleen van belang, hoe u ermee om gaat. Dan gaat het er maar om, welke waarde hecht u aan die verkrach­ting? Hoe groot is de doorwer­king en het stem­pel op uw leven? Welke waarde hecht u aan het gebed? Iedereen gelooft in dat gebed. U kunt het Onze Vader afraffe­len zoals dat vaak ge­beurt. U kunt het ook op een meditatie­ve manier bijna ontrafe­len. "Onze Va­der", dan naden­ken over wat u zegt, wat zegt u met Onze Vader? U maakt op dat moment een telepatische verbinding met God. "Die in den hemel zijt", wat zegt u? U zegt: Mijn Vader die in een hogere sfeer is.

Heel veel mensen op Aarde hebben deze tekst, één of meerdere malen in hun leven gebeden. In wezen hebt u bij elke keer dat u die woorden uitsprak, moeten nadenken over wie en wat God is en over de sferen, over de hemel, of geeft u er andere be­woor­din­gen aan zoals: Zomer­land, Gene Zijde, het maakt niet uit. "Uw Naam worde gehei­ligd", ja aan m'n hoela, Uw Naam worde geheiligd, in de Naam van God worden oorlogen ge­voerd, door mensen die datzelfde gebed dag in dag uit bidden. Of niet? Ze bidden niet. "Onze Vader, die in de hemel zijt, Uw Naam worde ge... amen."(afge­raffeld)

Vergeeft u mij, maar zo gebeurt het op Aarde. Men be­seft niet eens wat men zegt en ook niet wat men doet.


Is het zomaar een voorbeeld? Nee, want over de drempel van het leven, raakt u uw geliefde kwijt, uit het gezicht, uit het gevoel.. Uit het gevoel? Ja of nee? Dat komt niet door de dood, maar dat ligt aan u, of aan de ander in de wisselwer­king. Mijn lieve vrienden, zusters en broe­ders, wanneer u zegt: "De ander heeft zijn strijd gestreden..." Als u een overlijdens­adver­tentie zou lezen, staan daar altijd prachtige woor­den in: "Moe­der of vader heeft de strijd dap­per gestre­den," of andere bewoor­dingen. Maar lees die woorden nu nog eens. "Dankbaar om wat hij of zij voor ons ge­daan heeft, hebben wij afscheid genomen van..." Dank­baar.... Wanneer u echt dankbaar bent dan stort u zich toch niet meer in de emotie?!


Dankbaar... dat betekent: dat wat ik liefhad is aan mij voorge­gaan. In feite zijn zij beter af dan u. Dat wat u liefhebt, is úw plaats gaan voorbereiden. Dat wat ik liefheb...Dan ben ik dankbaar dat ik dat gedurende 10, 20, 50, 60 jaar rond mij en naast mij mocht hebben. Dat wezen heb ik liefge­had, heeft mij liefgehad. Daar was een communicatie. Wanneer u de simpele bewoordingen:"Dankbaar voor wat hij of zij voor ons gedaan heeft" analyseert, dan is er geen enkele emotie meer bij u of de nabestaanden.


Maar, zie de mens... Zie de mens en kijk dan wat er op Aarde gebeurt. Er worden mooie woorden van belofte gesproken, bij de geboorte, bij een huwelijk, bij de over­gang. Wanneer de kist nog boven de Aarde staat krijgt de overledene een prachtige speech, die hij op Aarde nooit gehad zou hebben. Maar ja, over de drempel van de dood is het makkelijk praten. Want u denkt dat dood dood is, want de overle­dene hoort u toch niet... Of wel? of wel..? Is hij erbij? Is zij erbij? Kijkt hij of zij naar de mensen of ze echt verdriet hebben, of dat het krokodillentranen zijn? Dat kan men namelijk zien vanuit de Astrale wereld.

Over de drempel van de dood kunt u beseffen wat u jaar na jaar na jaar samen met die ander gedaan hebt.

Er bestaat een astrale voorschouw. Noem het een kijken vanuit de Aarde naar de Astrale wereld. Anderen noemen het misschien een helder zien. Maar er bestaat ook een Aardse voorschouw. Noem dit een kijken en voelen vanuit de Astrale wereld naar de Aarde.


Een ziel, zei ik, die geboren wordt incarneert op Aarde. Als het goed is bent u gelukkig, gelukkig met dat nieuwe kind, weinig mensen zeggen: "Ach, (als het een jongetje is), dat kind moet straks soldaat worden. Dat kind moet misschien de oorlog in, dat kind krijgt misschien een ongeluk, dat kind heeft misschien een verloren liefde, dat kind zal misschien een moeilijk karma krijgen."

Wanneer u dát denkt dan zorgt u er wis en waarachtig voor, dat u nooit kinderen zult krijgen. Iets in u, iets in u welt op en komt naar buiten:"Gaat heen en vermenigvuldigt u", dat is goed.

Dat zijn de gevoelens, die God in u veran­kerd heeft op het moment dat u als ziel uit God gebo­ren werd. Maar mis­schien hebt u teveel en te langdurig gedacht dat dat alleen maar om die stoffelijke vorm ging. "Gaat heen en vermenigvul­dig de ziel die u bent." Dat heeft oorspronkelijk in de bijbel gestaan! Dat is veranderd en mis­schien dat u daarom te weinig van uzelf achterlaat in de harten der mensen. Dat u misschien daardoor te weinig van uzelf meeneemt over de drempel van de dood.

Misschien dat u daardoor zoveel waarde hecht aan het stoffelijk leven op Aarde. Maar denk niet dat ik u in mijn astrale voorschouw naar de Astrale wereld toe wil praten. ­


Lieve vrienden de vorm op Aarde is een tijdelijke vorm. Die vorm is een vorm die u kunt maken naar uw beeld en uw gelijkenis. Immers als ziel kiest ú of u man of vrouw wordt. "Ah," zegt u: "Dat ligt genetisch vast, dat komt door een aantal chromoso­men die bij de ou­ders..." Nee lieve vrien­den, dat is maar voor niet meer dan 1/8 belang­rijk, één achtste. 7/8 be­paalt de goddelij­ke kracht van de ziel die u bent. Want dat heeft te maken met uw karma, dat heeft te maken met uw opdracht, of uw eigen vrije keuze waarom en wanneer u naar de Aarde gegaan bent. "Gaat heen en vermenig­vuldigt u..." Dat betekent dat u door­leeft als een kind van liefde, als een kind van positi­viteit, die zelfs wanneer andere mensen triest of zelfs negatief worden, positief en begrip vol blijft.


En misschien dat u dan in uw volgende nacht, als ziel uittreedt en tot een sterke versmelting komt, tot een sterk telepati­sche en buitenzintuiglijke band. En als u bij het ochtendglo­ren, de volgende ochtend wakker wordt, dan weet u, dat u gesprek­ken hebt gevoerd, dat u ge­voelens gedeeld hebt en ervarin­gen opgedaan. En dat u een astrale voorschouw hebt gehad.


Misschie­n... hebt u dan over de drempel van de dood gekeken. En misschien hebt u niet alleen de ander ont­moet, die aan u voorging. Maar wellicht hebt u ook tegen de ander gezegd: "Kom," zoals u dat zo vaak op Aarde deed, "Kom in mijn huis, mijn huis in de sferen," waar we een korte tijd samen kunnen zijn.


Zoals u op Aarde koffie drinkt of iets anders nuttigt, een ge­sprek hebt met elkaar, zo heeft elke ziel een huis in de sferen, waarin u een ander kunt uitnodi­gen. Een ander die zoekend is, die het een korte spanne tijds moeilijk heeft. Of zomaar ie­mand, die over net zo­veel positiviteit en liefde beschikt als u, waarin u afspra­ken, al of niet karmische afspraken kunt ma­ken. Om dan samen, "waar er twee of meer in Mijn Naam tesamen zijn, zal Ik in uw midden zijn", samen hand in hand af te dalen in de duis­ternis, om daar het licht te brengen.


Elke ziel heeft zijn eigen taak. Die taak kent alleen uw ziel zelf. Geen enkele andere ziel heeft er zeg­genschap over, geen enkele andere ziel kan die taak veranderen. Elke ziel heeft zijn eigen verantwoordelijk­heid. Binnen die geeste­lijke maatsta­ven kunt u elkaar liefhebben, kunt u elkaar ha­ten - en de wer­kelijk­heid ligt misschien genuanceer­der ­- maar ú bepaalt hoe u met het leven omgaat. En wanneer u dan als ziel eens de Aarde achter u laat, dan slaat u uw vleu­gels uit en kijkt u nog één keer om. Dan weet ik zeker dat u lacht in uw astrale vuistje en zegt:

"Het was mooi, maar dit is nog veel mooier."


***


God wij danken U, dat wij één mochten zijn in Uw liefde. Geef de mens zijn dagelijks brood, opdat dan wanneer hij genuttigd heeft, hij zich sterker zal voelen en zich krach­tiger tot het spirituele zal kunnen wenden. Dan zal de drempel van de dood ophouden te bestaan en zal de mens een astrale voorschouw kunnen nemen in het ­gevoel van de ziel en haar karma.

­Nu, morgen en in alle eeuwig­heid.


Amen



© Copyright:  www.lichtsferen.com